[TERUGBLIK januari 2021] Twee onderzoeken over langlopende letselschadezaken zijn in de tweede helft van 2020 in het nieuws geweest.

In hun uitzending van 31 augustus 2020 presenteerde Radar de resultaten van hun onderzoek naar langlopende letselschadezaken vanuit de ervaringen van slachtoffers (bekijk de uitzending hier). Ruim 3000 ervaringsdeskundigen (slachtoffers) hebben aan dit onderzoek meegewerkt. De meerderheid is ontevreden over de afhandeling van de zaak, twee derde deel geeft aan het gevoel te hebben dat de afwikkeling van de zaak onnodig wordt vertraagd. De gevolgen hiervan blijven niet uit: bijna de helft van de ondervraagden geeft aan psychisch leed ter ervaren door de handelwijze van de tegenpartij. Ook ervaart meer dan de helft van de ondervraagden financieel nadeel door deze handelswijze. Meer dan de helft voet zich soms meer verdachte dan slachtoffer.

De meest genoemde klachten zijn:

  • De tegenpartij trekt de klachten in twijfel. Zijn de klachten daadwerkelijk veroorzaakt door het ongeval? Hoe hoger het schadebedrag, hoe vaker er wordt getwijfeld aan dit causaal verband.
  • De afhandeling duurt onnodig lang, de doorlooptijden worden overschreden en de inschakeling van een mediator, die de Gedragscode Behandeling Letselschade na 2 jaar voorschrijft, gebeurt vaak niet.
  • Erkenning van de aansprakelijkheid staat niet gelijk aan betalen van het geclaimde bedrag.

Het lang verwachte rapport van de Universiteit van Utrecht is op 8 september 2020 aangeboden aan minister Dekker van Rechtsbescherming. Het ministerie van Justitie en Veiligheid had aan De Letselschade Raad gevraagd waarom de afwikkeling van lestelschadezaken soms te lang duurt (langer dan 2 jaar). De opdracht voor een onderzoek werd aan de Universiteit van Utrecht gegeven.

Uit het gepubliceerde onderzoek blijkt dat langlopende letselschadezaken met name bij slachtoffers tot nogal wat ergernissen leiden. Toch spreekt het rapport van onvermijdelijke en niemand na te dragen redenen (zoals: afwachten van de medische eindtoestand van de gedupeerde, de re-integratie in het arbeidsproces en de onduidelijkheid over de door het ongeval veroorzaakte beperkingen) als oorzaak voor de langlopende letselschadezaken. Ook spreken zij, gegeven de karakteristieken van letselschadezaken, van een onhoudbaar standpunt als het gaat over het over en weer 'de ander' verantwoordelijk houden voor extra tijdsverloop.

Als oorzaken van een langlopende letselschadezaak worden genoemd:

  • Het ontbreken van de medische eindtoestand
  • Discussie over het causaal verband; zijn de klachten daadwerkelijk een gevolg van het ongeval?
  • Discussie over de schadevergoeding; dit speelt vooral een rol bij verlies van arbeidsvermogen en inkomensverlies.
  • Het grote aantal betrokken bij de afhandeling van letselschadezaken (belangenbehartiger, medisch adviseurs van zowel het slachtoffer als de verzekeraar, de schadebehandelaar van de verzekeraar, één of meerdere specialistische artsen, herstelgerichte dienstverleners en mogelijk een mediator of rechter).

Het rapport van de Universiteit Utrecht beschrijft de kenmerken van langlopende letselschadezaken (langer dan 2 jaar). Men had geen opdracht om aanbevelingen te doen.

Het bestuur heeft een reactie geschreven op het rapport van de Universiteit van Utrecht. De samenvatting hiervan willen we in deze Nieuwsbrief met u delen.

  • Veel van de aspecten, die in het rapport naar voren komen zijn ook in het Zwartboek en de Appendices van de Vereniging Verkeersslachtoffers aan de kaak gesteld en zijn dus niet echt verrassend.
  • De invoering van de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) heeft weliswaar tot enige verbetering in de afwikkeling geleid, maar zolang deelname aan de GBL geheel vrijwillig is en het niet nakomen ervan straffeloos blijft, zal de afwikkeling problematisch blijven.
  • Slachtoffers zijn in het algemeen niet voorbereid op hetgeen hen is overkomen. Ook heeft niet iedereen een opleiding, die is te vergelijken met die van de medewerkers van verzekeraars en belangenbehartigers. Een niet onaanzienlijk deel van de slachtoffers loopt hersenletsel op. Een slachtoffer beschouwen als een 'gelijkwaardige' partij is dan ook onrealistisch. Daarom is een geheel andere afwikkeling, dan nu gebruikelijk, noodzakelijk.
  • Ook uit dit rapport blijkt duidelijk dat slachtoffers de handelwijze van verzekeraars ervaren als het toepassen van allerlei tactieken om de uitkering zo gering mogelijk te maken. De doorgaande discussies over causaal verband, de hoogte van de schadevergoeding en medische eindtoestand hebben in samen 92% van de onderzochte dossiers voor vertraging gezorgd.
  • De re-integratie van slachtoffers kan veel beter worden georganiseerd en dit zou tot een daling van de kosten voor verzekeraars leiden. Zij zouden zich moeten realiseren dat er naast directe kosten ook indirecte kosten bestaan, waarmee veel geld bespaard kan worden. Een sneller herstel en een goede re-integratie van het slachtoffers leidt tot slachtoffers met minder klachten en een beter toekomstperspectief.
  • Door de handelwijze van verzekeraars wordt de sfeer verziekt, hetwelk leidt tot wantrouwen en een conflictmodel. Als de verzekeraars een harmoniemodel willen, zullen ze zelf moeten beginnen harmonieus met het slachtoffer om te gaan en meer empathie moeten tonen met de traumatische ervaringen van het slachtoffer.

De verzekeringsbranche lijkt meer en meer overtuigd dat de huidige handelswijze niet toekomstbestendig is. Ze geeft ook zelf aan dit niet alleen te kunnen en de hulp nodig te hebben van de politiek.
Op 28 oktober 2020 was er een commissievergadering van Tweede Kamerleden met minister Dekker. De Kamerleden stonden lijnrecht tegenover de minister om wettelijke sancties in te voeren tegen verzekeraars, die hun eigen Gedragscode overtreden. Ook pleiten de Kamerleden in dit debat voor invoering van tuchtrecht en ze willen dat de minister de voor- en nadelen van een directe verzekering onderzoekt.
Naar aanleiding van deze commissievergadering werden begin november 4 moties in de Tweede Kamer in stemming gebracht. Alle vier de moties zijn met ruime meerderheid aangenomen:
1. wettelijke verankering van de GBL
2. wettelijke verandering van tuchtrecht en tuchtraad voor letselschadeprofessionals
3. in overleg gaan over invoering stelsel van directe verzekering (unaniem aangenomen)
4. vermijdbare oorzaken van ontevredenheid bij slachtoffers in kaart brengen
De bestuursleden van de VVS hebben op 12 november 2020 een gesprek gehad met de directeur van de Letselschaderaad. In dit gesprek stond onze reactie op het rapport van de Universiteit van Utrecht centraal.

De Letselschaderaad heeft een plan van aanpak gemaakt:

  • het streven is om bestaande langlopende letselschadezaken binnen een jaar af te wikkelen als beide partijen hiermee akkoord gaan.
  • men wil in de toekomst geen langlopende letselschadezaken meer.
  • het verbeterde proces blijven monitoren


Vooral het punt van geen langlopende letselschadezaken meer is uitgebreid besproken. Hierbij kwamen onder andere de volgende punten aan de orde:

  • wanneer is de medische eindtoestand bereikt? Hoe lang moet je als slachtoffer blijven bewijzen dat je klachten toch echt door het ongeval veroorzaakt zijn?
  • een normeringsstelsel heeft voordelen
  • één medisch adviseur, aangesteld door de belangenbehartiger
  • met directe verzekeringen moet je ook voorzichtig zijn. Je moet waken voor de positie van het slachtoffer. Leest iedereen de “kleine lettertjes” als hij/zij een verzekering afsluit? Hou je bij het afsluiten van een verzekering rekening met de mogelijkheid (verkeers)slachtoffer te worden?
    De voor- en nadelen van de directie verzekering moeten uitgezocht worden (motie aangenomen begin november)
  • de re-integratie van slachtoffers moet veel beter. Men gaat hierbij vaak nog uit van mensen met vaste banen, terwijl er hoe langer hoe meer mensen komen met tijdelijke en flex-contracten. Re-integreren zonder arbeidscontract is nu bijna onmogelijk.


Wij houden bij al deze ontwikkelingen de vinger aan de pols!

 

Het verhaal van Jetty

Hij kreeg een taakstraf van 180 uur, ik levenslang!!

Op 23 september 2011 was ik na een avonddienst als wijkverpleegkundige op weg naar huis. Op ongeveer 10 minuten fietsen van huis moest ik wachten voor een rood verkeerslicht. Links van mij stond een auto te wachten ook voor het verkeerslicht. Toen mijn licht groen werd, ben ik op de fiets gestapt. Dan ben ik een stukje kwijt. Ik werd “wakker” toen ik klem onder mijn fiets onder de auto lag en over het asfalt werd geschoven. De automobilist remde niet!

> Lees het hele verhaal >
> Lees meer verhalen van verkeersslachtoffers >

Laat uw stem horen!

Heeft u tips, aandachtspunten, een vraag of wilt u meer informatie? Vul dan het formulier in en we nemen contact met u op. 

Form
naamemailfield
berichtfield

Handsfree bellen in de auto moet verboden worden.. >>